Ode aan Ome Jan - Mourad
Ik groeide op in de Bijlmer, een niet al te beste buurt in het zuidoosten van Amsterdam. Vooral niet in die tijd. Geloof mij als ik zeg dat geweld overal om je heen was in die buurt. Als 7-jarige mocht je de buurt niet verlaten, dus ik wist niet beter. Ik accepteerde het geweld en overlast en begon het de normaalste zaak van de wereld te vinden. En middenin alle ellende van die buurt, tussen alle junks, dealers, straatjochies die ouderen beroven en jonge kinderen die met wapens op straat liepen, was er een lief oud mannetje die iedere dag op een stoeltje langs de waterkant zat en helemaal gepassioneerd was van het vissen.
Het lijkt niet lang geleden dat ik, als een 7 jarig jochie, ome Jan voor het eerst zag vissen op een water in de buurt waar ik opgroeide. Iedere dag na school liep ik langs de plek waar hij viste onderweg naar huis. Eventjes omlopen in de hoop hem weer te kunnen zien, zittend op een stoeltje langs de waterkant, starend naar een klein, oranje puntje dat uit het water stak. Ik was ondertussen geen onbekende meer van ome Jan, hij nam iedere dag zelfs een extra stoeltje mee voor mij. Ik mocht soms zelfs vissen binnenhalen die hij toen ving. Mooie rietvoorns met prachtige zilveren en knalrode kleuren, mooie grote brasems en af en toe een bleitje. Ik keek op naar die man en besloot een visser te worden, net als hem.
Ik kan mij nog precies herinneren hoe mijn ouders keken toen ik hun geld vroeg om een hengeltje te kopen. Zij kenden dat nog niet, sportvissen. "Wat ga je met die vissen doen dan?" vroegen ze mij. "Terugzetten" zei ik toen. Verbaasd keken ze elkaar aan en gaven mij toen 7 guldentjes. Rennend ging ik naar de dierenspeciaalzaak bij mij in de buurt en kocht daar mijn eerste hengel. Een bamboesetje met een tuigje. Op de terugweg liep ik langs de plek waar ome Jan altijd viste en trof hem daar aan. Ik zei hem vol trots dat ik nu ook een visser ben en precies wil worden zoals hem. Zoals gewoonlijk had hij een extra stoeltje meegenomen voor mij en vroeg of ik wilde zitten. Toen ik eenmaal zat legde hij mij tot in details uit wat nou precies de bedoeling was van het vissen en leerde mij hoe ik mijn hengel op moest tuigen, hoe ik ervoor kon zorgen dat ik op de bodem viste of juist iets van de bodem af, legde mij uit welke aassoorten voor wat voor vissen bedoeld zijn en tot slot leerde hij mij hoe ik aan moest slaan. Ik vergeet die dag nooit meer. Ik ben wie ik ben door die man.
Kort daarna kreeg ik via via te horen dat die man was overleden en stopte ik met vissen. Tot ik een jaartje later een jongen van mijn leeftijd leerde kennen die ook viste, en besloot te gaan vissen met hem. Die jongen moest na een paar maanden verhuizen, maar ik zette het vissen door. Helemaal alleen, meestal twee uurtjes na school. Op woensdags, toen ik maar een halve dag school had, wel 6 of 7 uurtjes. Van tijd tot tijd zag ik weleens wat kolken of ruggen die alle rust op het wateroppervlak verstoorden op de momenten dat ik nog met ome Jan viste, maar die vissen leken mij te groot, dus zette ik ze uit mijn hoofd. "Ome Jan, wat is dat voor vis?" vroeg ik hem de eerste keer dat ik zoiets zag. "Dat zijn karpers, grote vissen die je niet nu, maar ooit wel zal vangen" antwoorde hij. Sindsdien ben ik helemaal gefascineerd door deze vissen. Als er 1 woord is wat deze vissen kon omschrijven was het "majesteus" wel. Niets is zo mooi dan de rug van een karper te zien tijdens de schemering. Overal hangt er een gloed van intense kleuren die het geheel een sprookjesachtige sfeer geven. Kleuren als rood, goud, oranje en paars.
Mijn eerste contact met een karper
Het was een typische schooldag toen ik voor het eerst contact had met een karper. Ik was om half 4 vrij, en om 4 uur zat ik langs de waterkant te vissen met wormen die ik met mijn spaargeld had gekocht van de hengelsportzaak. Ik kan mij nog herinneren dat ik brasem na brasem ving en de tijd van mijn leven had. Toen mijn dobbertje onder ging en ik aansloeg, leek het even of mijn hart stilstond. Ik hoorde een plons zoals ik die nog nooit had gehoord en toen ik de vis mijn hengel krom zag trekken, wist ik dat dit geen brasem was. Eventjes zag ik zijn bek en wist gelijk dat het ging om een karper. Ik was zo in de ban van dit beest, dat het mij niets kon schelen dat mijn bamboehengel brak. Sindsdien ben ik verkocht aan karpervissen.
Twee dagen later kocht ik van mijn spaargeld een werphengel met molen van 15 gulden. Het gaat hier om die standaard spinsetjes met verklikker. Ik begon steeds meer op karper te vissen en viste met aassoorten die ik voorheen nooit had gebruikt. Aassoorten als kaas, aardappel en deegballen. Karper na karper trok ik eruit met mijn spinhengeltje. Allemaal rond 40 cm, wat ik groot vond aangezien ik alleen maar brasems gewend was. "Ik wou dat ome Jan mij kon zien, ik vang karpers!" dacht ik op deze momenten. Nu ik er zo op terugkijk denk ik dat ome Jan mij toen ook zag. Sindsdien is dit gevoel me bijgebleven. Het enthousiaste gevoel van het vissen op karper. Tot de dag van vandaag heb ik dit gevoel nog, iedere keer weer wanneer ik vis. In mijn ogen zijn heel veel van de hedendaagse karpervissers dit gevoel vergeten.
Een aantal maanden later verhuisden wij naar Amsterdam Noord en naarmate ik ouder werd ging ik steeds meer tijd en geld investeren in karpervissen. Ik heb vissessie's gehad in het binnen- en buitenland en heb vissen gevangen waar ik in vroegere jaren nooit van heb durven te dromen. En alles door deze man, ome Jan. Ik weet niet of ik zou zijn wie ik nu ben als ik hem niet gekend zou hebben.
Mourad
Reacties:



































