Een decennia Salagou, deel I - Arno Spruit
De titel doet overigens vermoeden dat ik al 10 jaar op Salagou vis, dit is echter niet helemaal juist. Er is af en toe, door omstandigheden, wel eens een jaartje overgeslagen..

Lac du Salagou centraal gedeelte, april 2000..
Hoe het allemaal begon..
In 2000 zette ik mijn eerste schreden op Salagou. Voor die tijd kon ik het water eigenlijk alleen maar van horen zeggen, internet en uit de(voornamelijk Engelstalige) bladen. Het water stond toentertijd bekend als een knollenwater waar ieder jaar hele kolonies Engelsen neerstreken om er vervolgens een bende van te maken. Let wel dit alles was van horen zeggen, maar desalniettemin Not my cup of tea zullen we maar zeggen. In de jaren voor 2000 zwierf ik door heel Frankrijk. Orient, Cassien, de Saone, La Liez en de Lot ik heb ze allemaal gezien. De resultaten waren eerlijk gezegd bijna altijd te mager te noemen. Dat moest gaan veranderen. Een van de voorwaarden om dat voor elkaar te krijgen, volgens mij, was het voor langere tijd gaan bevissen van 1 specifiek water. Het idee is dat je dan een water gaat leren kennen en dat gaat zich vertalen in resultaten. Dat is tenminste de theorie. Het toeval wil dat ik in deze periode ook tegen de videoband van Andy Little, over Lac du Salagou, aanliep. Hierin verhaalt deze sympathieke Engelsman over een aller aardigste sessie op Salagou. Neem daarbij het feit dat je toen daar feitelijk, als een van de weinige wateren in Frankrijk, ongestoord je ding (nog) kon doen, en mijn interesse was toch wel een heel klein beetje veel gewekt.

Zicht richting de dam..
Eind april 2000 zag ik voor het eerst de oevers van Salagou. Wat een plaatje van een water zeg. Overweldigend gewoon. Azuurblauw water met daarom omheen tennisbaangravel rood. Wat een unieke combinatie.

Het laatste licht..
Ik was hier voor een week met m’n vriendin. Helaas verliep deze week visloos maar het gaf wel gelegenheid om de boel gelijk eens goed te verkennen. De drukte viel me overigens erg mee. Na deze week was ik 4 dagen later alweer terug voor een 14 daagse sessie.
Nu waren er wel wat meer vissers, voornamelijk Engelsen, maar het viel me nog steeds allemaal reuze mee. De verwachtte bende ook.

Een goede boot is een must..
Het weer was, in tegenstelling tot de eerdere week eind april, stabiel geworden. Zeg maar gewoon bloedheet. Dat dit de paaidrift van de vis deed vergroten en de eetlust deed verkleinen mag geen verassing heten. Ondanks het hete weer vingen we toch een paar visjes en was het Salagou-virus in onze bloedbaan genesteld.

De eerste uit Salagou, mei 2000..
In najaar van 2000 zijn we weer aanwezig. Twee weken voordat de tent (toen nog) sloot. Ondanks dat we op een topstek zaten, werd het gewoon een vette blank. Een iniminie brasem van 300 meter ver was alles wat er te melden viel die sessie. Er nu op terugkijkend hebben we de visserij toentertijd niet goed aangepakt. Wel hebben we er een hoop van geleerd.
2001 werd overgeslagen. Ik kan mezelf echt niet meer herinneren waarom. Sterker nog, ik weet niet eens of ik dat jaar überhaupt wel in Frankrijk ben geweest om te vissen.
2002, een bewogen jaar..
Het voorjaar van 2002 waren we echter weer van de partij. Dit keer weer in mei, alleen niet op Salagou. Tenminste dat was in eerste instantie de bedoeling. Tsjechië, dat was het nieuwe paradijs, daar moest het gaan gebeuren. Viel dat even tegen zeg. Zonder daar nu teveel over uit te wijden maar het was niet ons ding daar. Dus hup na een overnachting vanaf het Lipnomeer naar Salagou. Een trip van ruim 1600 km. Op wat kleinigheden (een bijna boete van €400,- voor te hard rijden en een bijna doodervaring) na verliep de reis voorspoedig. Na een tussenstop bij John Poeth (waar is die gebleven?) aan Le Grande Large bij Lyon, stonden we ’s ochtends vroeg aan Salagou.
Wat was het druk!! Niet normaal meer!! Overal waar je keek zaten wel karpervissers.

Een pure uitdaging..
Heel langzaam werd het ons duidelijk, het was 8 mei. Een dag waarop het einde van de tweede wereldoorlog werd gevierd en dus heel Frankrijk vrij was. Vaak wordt 8 mei, als het zo uitkomt, ook nog gekoppeld aan een lang weekend. Neem daarbij dat het karpervissen in Frankrijk ook door de Fransen zelf ontdekt was. Dat verklaarde een hoop. Na eerst 2 nachten op een “nou ja het moet maar stek” te hebben gezeten, bleek een van de topstekken vrij te zijn. Nou zo top bleek dat allemaal niet want de vis liet het hier ook echter gewoon afweten.

De eilandstek, pas op met hoog water!!
Na twee dagen met lede ogen naar stil hangende wakers te hebben gekeken, werd er weer verkast. De grote drukte was inmiddels weer genormaliseerd en er kwamen steeds meer stekken vrij. De “kerkstek” was ons volgende doel. Dat bleek een betere keuze, want binnen 10 minuten, na het letterlijk inleggen van de 1e hengel, lag de eerste vis op de mat.

Actie!!
De rest van de sessie verliep redelijk voorspoedig en met enige regelmaat vingen we vis in heerlijke zomerse omstandigheden. De echte giganten lieten echter gewoon verstek gaan. Een keer was er de kans op een big, maar helaas zag deze kans om zich in het zware wier te ontdoen van de rig.

Een gouden schub, mei 2002..
In september zijn we weer aanwezig. Echter na 2 dagen bleek mijn auto maximaal te zijn open gebroken. Een schadepost van ruim €4000,- en een verzekeringmaatschappij die je in de kou laat staan. Na de inbraak zijn we vertrokken. Ik was liever gebleven echter mijn reisgenoten wilden weg en dus visten we de sessie elders uit. Uiteraard zonder resultaat. Een en ander kwam onder andere door wat ellende in de werksfeer, waardoor de juiste “mindset” ontbrak. Achteraf gezien had ik toen niet eens moeten gaan. Maar goed dat is wijsheid achteraf.

Au!!
2003, een zeer koud najaar..
In oktober 2003 leek het meer bij aankomst wel uitgestorven. Zo op het eerste gezicht waren we de enige vissers op het meer. Let wel dit was pas half oktober. Het weer zat ook niet erg mee en het viel ons op dat het al wel erg koud was voor de tijd van het jaar. Zelf de lokale bevolking klaagde hierover. Dit keer startte we direct vanaf de kerkstek. Elke dag en avond werden we wel verrast op een of meerdere werkelijk bizarre onweersbuien. De atmosfeer was extreem onrustig. De wind en neerslag zeer koud. Dit was echt ongewoon voor daar. De kerkstek leverde zeggen en schrijven 1 aanbaat op. In een stevige onweersbui vertrekt een van de hengels als een op hol geslagen stoomtrein. Werkelijk geen houden aan. Eigenlijk moest ik de boot in, maar de donder en bliksem deed mij toch echt besluiten dat dit niet verstandig was. Wat ik vreesde gebeurde dan ook, en na een korte tijd sneed de lijn af. Alles wat me restte was het binnendraaien van het bekende gehate zweepje.

Op minder dan 1 mtr water, najaar 2003..
2004, de puzzelstukken beginnen op hun plaats te vallen..
Eind november strijken we weer neer op de oevers van Salagou. Het lijkt wel voorjaar zo heerlijk is het weer. Dit keer kiezen we als startpunt van onze sessie de arm richting de dam. We zien maar weinig vissen springen. Dit is meestal geen goed teken. Het weer is te tam en te voorjaarsachtig voor de tijd van het jaar.

Een schitterende zonsondergang..
Een stuk verderop zit een Engelsman te vissen en die weet te vertellen dat de watertemperatuur in de week voor onze komst fors onderuit is gegaan onder invloed van een koude noordwesten wind uit het Centraal-Massief. Pas na 4 dagen blanken volgt er eindelijk een aanbeet in de vroege ochtend. Na een spectaculaire dril ligt er een grote massieve, 18 kilo zware, spiegel in de boot. De rest van de dag blijft het stil. De volgende ochtend gebeurd echter gewoon weer het zelfde. Nu is het een grote, 19 kilo zware, schub die in de boot ligt.

19,2 kg, november 2004..
De volgende dag volgt er zelf een aanbeet op de dag.

Op de valreep, exact 30 pond..
Vervolgens valt de hele boel weer stil en gebeurd er niets meer. Tijd om te verkassen. Dit maal richting het ruïne van Celles. Vanaf hier kunnen we in de oude rivierbedding vissen. Ondanks de ongunstige omstandigheden vingen we hier nog 2 vissen en is het gedaan.
Voor ons gevoel echter kwamen we steeds dichter bij het oplossen van de puzzel. We voerden nu verspreid om onze rigs heen en op de rigs zelf deponeerde we een combinatie van boilies, gecrushte boilies en pellets. Het zogenaamde “dinerplate” voeren, een methode waarmee de vermaarde Tim Paisley op Cassien aardig huis heeft weten te houden.

18,4 kg, november 2004..
Vooral de combinatie van het zeer verspreid voeren en compact op je rig leek toch wel aan te slaan. Voor zover ik het heb kunnen overzien waren wij de enige van de weinige vissers die er waren die vis op kant wisten te krijgen. Of dit nu ondanks of dankzij onze manier van voeren was viel op dat moment nog te bezien. Alleen een vervolg sessie kon dat bevestigen of ontkrachten.

Wind, een balangrijke factor!
Tot zover deel 1, de rest wordt binnenkort vervolgd in deel 2!
Arno Spruit
Reacties:



































