Watersense - Mourad

“Het komt toch altijd weer neer op wachten..”
Watersense.. Een duur woord. Grofweg vertaald is het het aanvoelen van de situatie onder water. “Of je hebt het, of je hebt het niet..” krijg je weleens te horen. Onzin! Niemand is geboren met watersense. Ik ben van mening dat watersense komt met ervaring en je gezonde verstand te gebruiken. Het is wel zo dat de één het in meerdere mate heeft dan de ander, dus ervaring alleen zegt niets. Het komt meer neer op het gebruiken van je gezonde verstand. Het is een samenspel van meerdere factoren, een soort puzzel die jij, als karpervisser zijnde, moet oplossen. Het resultaat kan verbluffend zijn, maar zoals alles in het leven zijn er geen garanties. Er zijn talloze factoren waar rekening mee gehouden dient te worden, maar ik zal de meest belangrijke factoren (in het kort) samenvatten. Iedereen heeft eigen theorieën, maar dit is de mijne.
Aanbod van natuurlijk voedsel
Het eerste wat ik altijd graag wil weten van een water is het aanbod van natuurlijk voedsel. Daarmee bedoel ik: Wat wordt er dagelijks voorgeschoteld aan de vissen? Deze factor is één van de meest belangrijke. Ik zal uitleggen waarom ik dit zo belangrijk vind. Is een water verzadigd met mosseltjes, kreeftjes en andere vormen van natuurlijk voedsel, dan probeer ik de vissen niet op mijn aas te krijgen door bijvoorbeeld uitgebreide voercampagnes te houden. Natuurlijk helpt een voercampagne wel, maar echt helemaal krijg je ze toch niet op je aas. In plaats daarvan probeer ik erachter te komen waar het aanbod van het natuurlijke voedsel zich ophoudt en probeer ik de vis te onderscheppen op deze plekken. Deze aanpak loont veel meer op wateren met een overschot aan natuurlijk voedsel, dan alleen te vertrouwen op een voercampagne.

“Dit opgedroogd wierbed zat vol kleine driehoeksmosseltjes”
Trekgedrag
Je hebt karpers die enorme afstanden af leggen en je hebt karpers die een bepaald route afzwemmen over een bepaald periode van tijd. Dit laatste komt het meest voor. Maar waar veel mensen de mist in gaan is dat zij denken dat overal waar deze karpers zwemmen, zij ook azen. Dit is niet zo. Vis je op een plek waar de vissen niet azen, vang je nagenoeg niets. Natuurlijk zal je sporadisch wel een vis kunnen strikken, maar in het algemeen loop je een heleboel vis mis. Wat vaak het geval is, is dat karpers op een bepaald dagdeel op een bepaalde sectie van het water bevinden en hier op hun gemak azen, maar op een ander dagdeel op een totaal andere sectie (dit is afhankelijk van de hengeldruk op dat moment als het om gedresseerd water gaat). Je kan natuurlijk je vangsten op verschillende stekken en de tijdstippen bijhouden en daar enige vorm van logica in terug proberen te vinden, maar het is veel makkelijker om goed en lang te observeren op verschillende momenten van de dag en op verschillende plekken van het water. Geloof mij, op een gegeven moment zie je een bepaald patroon hierin.

“Deze vis werd kort na een andere vis gevangen”
Observeren
“Zoek en gij zult vinden.” Ik sluit me hierbij aan, maar ik zou er eerder “observeer en gij zult vinden” van maken in de karpervisserij, gezien het feit dat observeren en zoeken twee verschillende dingen zijn. Heb je even de tijd? Ga lekker met een stoeltje en een pakje sigaretten naar de waterkant toe, klap je stoel uit en ga lekker zitten. Misschien een biertje mee, als je daar een voorstander van bent (ik in ieder geval wel), ga lekker zitten en kijk. Kijk naar het water, kijk naar tekenen van karpers, kijk naar de vissers (of zij bijvoorbeeld geregeld kromme hengels in hun handen hebben), maar vooral: Kijk naar de tijd! “Kijk naar de tijd?” zal je je wel afvragen. Ja! Ik zal het even uitleggen. Ik zei eerder al dat karpers zich het ene dagdeel op een bepaalde sectie van het water kunnen bevinden en een ander dagdeel op een andere sectie. Dit houdt dus in dat als jij lekker aan het observeren bent ’s ochtends en je ziet iedere ochtend de karpers springen in het NO hoek, en je gaat ’s avonds in het NO hoek een keertje vissen, dat zij misschien wel in het ZW hoek zitten. Daar kom je dan, met al je watersense, en al je voorbereidend werk en je vist op een dooie (ik praat uit ervaring..).

“Observeren brengt mooie momenten met zich mee”
Aastijden
Trekgedrag en aastijden gaan vaak gepaard, maar niet altijd. “Sommige wateren zijn nachtwateren en sommige wateren zijn dagwateren”. Onzin! Natuurlijk denken zij dat, omdat zij ‘s nachts wel gevangen hebben op deze stek maar vandaag overdag niet. Eén tip voor deze mensen: Verkassen! Waar naartoe? Had je maar moeten observeren, dan zou je wel weten waar naartoe. Zoals ik net al zei, de vissen verplaatsen zich (vaak) op bepaalde dagdelen naar een andere sectie van het water. Meestal is dit voor een gevoel van veiligheid. Natuurlijk zijn karpers op bepaalde dagdelen minder actief met azen dan op andere dagdelen, maar met een beetje geluk kan je bepaalde vissen wel verleiden met een snelle hap als je op de juiste tijd op de juiste plek bent.

“Deze vis lustte wel een snelle hap ’s middags op een nachtwatertje (zogezegd)”
De wind & het weer
De wind heeft niet altijd invloed op alle wateren, het weer wel. Maar toch is de wind het bepalende factor van waar de vissen zullen zitten, op wateren waar dit wel invloed heeft. Trekgedrag is leuk, maar de windkracht en windrichting heeft naar mijn mening meer invloed op het bepalen van de positie van de vis. Op de wateren waar wind een grote rol speelt, zwemt de karper met de wind mee. Helemaal als de wind een kant op staat te beuken. Gouden regel is: “De kant waar de wind op staat (te beuken, voeg ik zelf even toe), is waar je de karpers kunt verwachten.” Dit is niet altijd zo, het hangt af van de windkracht (of dit voldoende is om de vis te verplaatsen), windrichting (koude of warme wind) en de temperaturen van de verschillende lagen van het water. Ik kan hier nog dieper op
ingaan, maar voor mij werkt in het algemeen een ZW wind (zwoele wind), kracht 5/6 het beste op dit soort wateren. Vaak, door middel van observeren, zie je dan tekenen van karpers op de kant waar de wind op staat te waaien. Dit kunnen karpers zijn die geheel het water uit springen, of draaien/rollen aan de oppervlakte. Bellenplakkaten kan je wel vergeten bij dit soort windsnelheden.

“Wind op de kant is vis in de hand”
Het (wit)visbestand
Rekening houden met het (wit)visbestand en het rekening houden met je te gebruiken aas gaan vaak gepaard. Vandaar dat ik niet een aparte stuk ga schrijven over aas, het is namelijk vanzelfsprekend goed en vers aas te gebruiken. Bij het benaderen van een water wil ik altijd veel over het (wit)visbestand weten. Wat betreft witvis (voornamelijk brasems) wil ik weten in hoeverre zij aanwezig zijn op dit water, om 2 redenen. Reden 1: Informatie over het eerdergenoemd aanbod van natuurlijk voedsel en het bestand aan brasems geeft mij een algemene indicatie over de gewichten van de vissen. LET OP! Ik zei “algemene indicatie”, dit kan dus afwijken. Wat ik ermee bedoel is dat als een water weinig aanbod van natuurlijk voedsel heeft en het brasembestand is groot, ik niet denk dat de karpers daar zware gewichten kunnen bereiken (tenzij het karperbestand relatief laag is). Als een water een groot aanbod van natuurlijk voedsel heeft en ook veel brasems en karpers bevat, zou de mogelijkheid erin kunnen zitten dat er enkele karpers zijn die zware gewichten kunnen bereiken. En als een water een groot aanbod van natuurlijk voedsel heeft, weinig brasems en relatief weinig karpers (en de situatie laat het toe) verwacht ik zeker enkele zware vissen ertussen (mits hun bouw het toelaat). Reden 2: Aaskeuze. Als er veel witvis zit op een water, zal ik proberen witvisgevoelige aassoorten te vermijden of de instant-werking van mijn boilies wat af te nemen. Dit, tot op een zekere hoogte. Als iedereen dat doet en de vangsten nemen terug door aasgewenning/dressuur (kom ik zo op terug), zal ik toch iets anders moeten proberen en zal ik toch met witvisgevoelige aassoorten moeten gaan vissen.
3 V’s
De karper is in principe een vrij simpele vis, en houdt zich (bijna) altijd op met 3 verschillende bezigheden. Dit wordt ook wel de 3 V’s genoemd. Namelijk: Voedsel, voortplanting & veiligheid. Dit kunnen combinaties van elkaar zijn, maar vaak niet. Tijdens het voortplanten zal de karper niet actief azen. En om te kunnen azen zullen ze hun veilige omgeving moeten verlaten, tenzij ze een plek hebben gevonden waar ze dit kunnen combineren. Aangezien voortplanten maar een korte periode per jaar is, houdt de vis zich het meest bezig met voedsel en veiligheid op te zoeken. Met dit in gedachte, kom je al een heel eind.

“Karpers voelen zich veilig in lelievelden, maak daar gebruik van!”
Watertemperatuur op verschillende dieptes
Op diepere wateren is de watertemperatuur op verschillende dieptes van cruciaal belang. Niet alleen zodat de karpers zich op hun gemak voelen, maar veel van hun natuurlijk voedsel is ook afhankelijk van de temperatuur op bepaalde dieptes. Wat ik hiermee bedoel, is dat het natuurlijk voedsel van de vis zich niet op een bepaalde diepte zal ophouden als de temperatuur van deze diepte het niet toelaat. En de karper is hier dus van afhankelijk. Zowel voedsel als veiligheid (in dit geval het op hun gemak voelen van de karpers) van de vissen hangt sterk af van de temperatuur op een bepaalde diepte. Naarmate de jaargetijden veranderen, veranderen ook de temperaturen op bepaalde dieptes en zullen de dieptes waar de karpers zich op dat moment (het meest) ophouden ook verschillen. Dat is de reden waarom je op bepaalde momenten goed op bijvoorbeeld 3 meter diep vangt, en bepaalde momenten op 7 meter diep of op 12 meter diep. Op ondiepe wateren heeft dit minder invloed omdat de temperatuur (bijna) overal constant is.

"De ideale diepte vinden (gebaseerd op de ideale temperatuur) kan lonend zijn"
Jaargetijde
Alles kan per jaargetijde veranderen. Die ene stek die in het voorjaar goed liep, hoeft niet persé in het najaar ook goed te lopen. Je kent het wel, in het voorjaar vang je je helemaal suf op je thuiswatertje en in de zomer valt het stil. Dit heeft met veel factoren te maken, maar al deze factoren komen uit op de jaargetijde. Jaargetijden zijn geen gevolgen waarom je op bepaalde momenten niets vangt, maar zijn de oorzaak. Wat ik hiermee bedoel is dat in de winter de watertemperatuur zakt en de vissen hierdoor minder actief azen. Wat is nou de oorzaak? De watertemperatuur die zakt? Of de winter? Ik zal het je verklappen, de winter! En het gevolg hiervan is dat de watertemperatuur gaat zakken, en daar weer een gevolg van is dat de karpers minder actief zullen azen. Hoe goed je ook bezig bent als karpervisser zijnde, je zal altijd afhankelijk zijn van de jaargetijden.

“In de winterperiode is deze stek één van de betere van het water”
Dressuur
Nu komen wij bij weer één van de belangrijkste factoren, namelijk dressuur. Een karper heeft in het algemeen een korte termijn geheugen, maar bepaalde dingen staan hun bij. Dit leidt bij wateren waar veel gevist wordt op een gegeven moment tot dressuur. Alle voorgaande factoren zijn leuk om te weten, maar op wateren waar de vissen de klappen van de zweep wel kennen kunnen deze factoren nutteloos zijn. Het brengt je wel een heel eind, begrijp mij niet verkeerd, maar vissen op de mat krijgen is wat anders. Voorgaande factoren waren bepalend voor de positie van de vis, maar om de vis te strikken zal je anders te werk moeten gaan dan je collega vissers. “Doe het anders dan de rest” krijg je weleens te horen. Maar als iedereen het anders zou doen, zouden wij toch allemaal hetzelfde doen? Dus dan doe je het anders dan de rest, die het anders dan de rest doen. Gouden tip: Actualiteit. Wees actueel, maak eens een praatje bij je collega vissers. Je hoeft ze niet helemaal uit te horen, met alleen luisteren kom je vaak een heel eind. Wij karpervissers zijn een schuw volk tegenover buitenstaanders, maar zodra je daar eenmaal doorheen prikt, zal je zien dat wij (heel) loslippig kunnen zijn. Vissen zij met boilies en zij vangen slecht? Probeer dan tijgernoten. Vissen zij met tijgernoten en hebben zij goed gevangen? Ga als de sodemieter naar de winkel en haal tijgernoten! Wat ik zeg, alle beetjes info is goed meegenomen. En dat geldt niet alleen voor aas. Denk hierbij aan de positie van de karper, onderlijnen, aas, voertactiek, enz.

“Gevangen op popup-tijgernoten, waar iedereen met boilies viste op een dressuurwatertje”
Aanleg
Ik zei net dat niemand wordt geboren met watersense. Het krijg je door ervaring en je gezonde verstand te gebruiken. Niemand is hetzelfde, dat geldt ook voor de karpervisserij. Sommigen pikken het net iets sneller op dan anderen. Aanleg brengt je een eind, maar is geen pré. Anderen komen er ook, maar in mindere mate. De personen die het hebben zijn op 2 handen te tellen, ondanks wat anderen beweren. Watersense is niet iets om mee op te scheppen, maar het is iets om door te geven aan anderen (zo zie ik het tenminste). Aan degenen die er keihard voor (willen) werken. Karpervissers die net een stapje verder willen gaan dan anderen. En of ik watersense heb? Nee, maar ik ben onderweg. Net zoals zovelen van jullie.
Mourad
Reacties:



































